Hielprik

Hielprik

Iedere Nederlandse baby wordt in de kraamweek onderzocht door middel van de hielprik. Zelf hoef je daar niets voor te regelen je krijgt in de eerste week een bezoekje van de wijkverpleegkundige.
Bij de hielprik wordt er een klein gaatje geprikt in de hiel van de baby. Veel baby’s merken er niet zo veel van. Vaak vinden ze het vervelender dat hun voetje vast wordt gehouden. Het bloed dat ze afnemen wordt onderzocht op 17 verschillende aandoeningen. De meeste aandoeningen zijn zeldzame stofwisselingsziekten. Voor extra informatie over deze aandoeningen bekijk de volgende link: www.RIVM.nl

 Een van de aandoeningen waarop getest wordt is Sikkelcelziekte. Dit is een erfelijke afwijking van de rode bloedcellen (Hemoglobine). Hemoglobine zorgt ervoor dat zuurstof van de longen naar de rest van het lichaam worden vervoerd.
Bij mensen met Sikkelcelziekte veranderen in bepaalde situaties de vorm van deze bloedcellen en worden ze sikkelcelvormig.

 Omdat het lichaam de sikkelcellen versneld opruimt, ontstaat er een tekort aan rode bloedcellen. Dit heet bloedarmoede. Daarnaast kan er een sikkelcelcrisis ontstaan. Dit betekent dat de sikkelcellen zich ophopen en kleine bloedvaatjes verstoppen. Hierdoor krijgen organen en weefsels minder zuurstof en kunnen ze beschadigd raken en pijnlijk worden.

 Een baby met sikkelcelziekte heeft bij de geboorte nog geen verschijnselen van de ziekte. Dit komt doordat elke ongeboren en pasgeboren baby nog een ander hemoglobine kan maken, dat wel goed werkt: foetaal hemoglobine. De eerste 4-6 maanden na de geboorte heeft de baby nog veel van dit goede hemoglobine in zijn bloed en zijn er dus geen klachten.
Na ongeveer 6 levensmaanden zijn deze foetale rode cellen vervangen door sikkelcellen en beginnen de klachten.

 Klachten van sikkelcelziekte zijn in het algemeen goed te behandelen. Vaak zijn pijnstillende middelen, extra vocht en antibiotica hierbij nodig. Ook is het belangrijk om klachten te voorkómen. Deze beschermende behandeling bestaat uit een extra vaccinatie en elke dag een antibioticumdrankje om infecties te voorkomen. Daarnaast elke dag een foliumzuurtablet voor een goede bloedaanmaak. Soms zijn bloedtransfusies nodig.

Sikkelcelziekte is een erfelijke aandoening. Dit betekent dat als een kind sikkelcelziekte heeft, de beide ouders drager zijn van deze aandoening. Dragers hebben zelf geen sikkelcelziekte, maar kunnen de aandoening wel doorgeven aan hun kinderen. Als beide ouders dragers zijn van sikkelcelziekte, is de kans van één op vier (25 %) dat zij een kind krijgen met sikkelcelziekte. De test zal dus niet alleen vertellen dat het kindje ziek is maar daarmee ook dat beide ouders drager zijn. Hiervoor zullen jullie toestemming moeten geven. De wijkverpleegkundige zal hierom vragen.
Bij 36 weken zullen we dit kort bespreken.

Gehoorscreening:

Tegelijk met de hielprik zal de wijkverpleegkundige ook de gehoortest doen. Dit is niet pijnlijk en de baby’s slapen hier altijd doorheen. Met een apparaat wordt gekeken of de gehoorgang van de baby goed is aangelegd. De uitslag hoor je meteen.

 

Optimized by SEO Ultimate